Aandoeningen
behandelingen
Springvinger
Een springvinger komt het vaakst voor in de ringvinger en de duim, maar kan ook in de andere vingers voorkomen. Wanneer de duim erbij betrokken is, wordt de aandoening “triggerduim of springduim” genoemd.
De buigpezen zijn lange, koordachtige structuren waarmee de spieren van de onderarm aan de botten van de vingers vastzitten. Wanneer de spieren samentrekken, zorgen de buigpezen ervoor dat de vingers kunnen buigen. Elke buigpees loopt door een tunnel in de handpalm en de vingers, waardoor hij soepel kan glijden wanneer de vinger buigt en strekt. Deze tunnel wordt de “peesschede” genoemd. Langs de peesschede houden weefselbanden, “pulleys” genoemd, de buigpezen dicht tegen de botten van de vingers. De pulley aan de basis van de vinger wordt de “A1-pulley” genoemd en deze is het vaakst betrokken is bij springvinger.

Bij een springvinger raakt de A1 pulley ontstoken of verdikt, waardoor de buigpees er moeilijker doorheen kan glijden. Na verloop van tijd kan de buigpees ook ontstoken raken en een kleine knobbel op het oppervlak ontwikkelen. Wanneer de vinger buigt en het knobbeltje door de pulley gaat, ontstaat een gevoel van vastzitten of klemmen. Dit is vaak pijnlijk. In een ernstig geval van springvinger blokkeert de vinger en komt hij vast te zitten in een gebogen positie. Soms moet de patiënt zijn of haar andere hand gebruiken om de vinger recht te zetten.
Oorzaken of Symptomen
Hoewel de oorzaken van een springvinger niet goed bekend zijn, kunnen verschillende factoren uw risico op het ontwikkelen van de aandoening verhogen.
Enkele oorzaken kunnen zijn:
- Medische aandoeningen. Een springvinger komt vaker voor bij mensen met bepaalde medische aandoeningen, zoals diabetes en reuma.
- Krachtige handactiviteiten. Het is bekend dat de aandoening optreedt na krachtig gebruik van de vingers en duim.
Onderzoeken & diagnose
Uw arts kan de diagnose een springvinger stellen door met u over uw symptomen te praten en uw hand te onderzoeken. Röntgenfoto’s of andere tests zijn meestal niet nodig.
Tijdens het onderzoek zal uw arts kijken naar:
- Drukpijn over de buigpeesschede in de palm van uw hand
- Verdikking of zwelling van de peesschede
- Triggering bij het buigen en strekken van uw vinger
Zeldzaam zijn bijkomende onderzoeken nodig, bv:
- Echografie
- Radiografie
Behandelingen
Verschillende behandelingsopties zijn mogelijk, afhankelijk van uw klachten, duur van de symptomen en eventuele afwijkingen op EMG:
Corticosteroïde infiltratie
Kinesitherapie
Pijnstillers en ontstekingsremmende medicatie
Team specialisten

Maak hier
uw afspraak



